afb. J.A.M. Roelands, ca 1955
Stadsarchief (dossier 7472)
|
Op bastion Oranje ligt een indrukwekkend kanon, door de Bosschenaren "Boze Griet" genoemd. Het werd in het begin van de zestiende eeuw vervaardigd, toen stad en Meierij veel te lijden hadden van de zogenaamde "Gelderse oorlogen". Bij de verovering van het kasteel Poederoyen had de "groete busse", het enige grote kanon van de stad, veel te lijden gehad en moest nodig gerepareerd worden. Nadat de stad tevergeefs een beroep op keizer Maximiliaan had gedaan om een grote metalen "busse" ter beschikking te stellen, besloot het stadsbestuur om naast de reparatie van het oude kanon, twee nieuwe bronzen kartouwen aan te schaffen. "Ter vocomenen van der artilriën" had men nog behoefte aan een vierde grote vuurmond. In 1510 nam men contact op met meester Johan Fyck van Zeghen, een Keulse smid, om te komen tot het vervaardigen van zo'n geschut.
Nu wist men van deze man alleen dat hij uitmuntende aambeelden kon smeden. Een aambeeld is echter iets anders dan een kanon en daar zou men nog wel achter komen!
Al te vlot was meester Jan niet. Pas na zo'n 22 maanden verzocht hij een deputatie van het stadsbestuur te komen kijken. Men besloot tot proefschieten buiten de Vughterpoort. Helaas, het kanon beantwoordde totaal niet aan de verwachtingen; de kogel kwam er in stukken uit. Het "Stuerghewalt" (stoer geweld), zoals het kanon officieel heet, was dan ook totaal verkeerd gemaakt. Wat had de smid namelijk gedaan? Normaal werden zowel bronzen als ijzeren kanonnen gegoten over een kern, maar de Keulse smid had het kanon vol gegoten en daarna de loop uitgeboord.
De loop van een kanon uitboren was in die tijd echter een techniek, die nog niet werd beheerst en waar men ook de gereedschappen niet voor had. Ook de verhouding van het kanon klopte niet met de grootte van de kogels die het had moeten afschieten.
Na dit fiasco volgde een jarenlang proces. Jan van Zeghen was namelijk ondanks zijn belofte om in de stad te blijven, toch maar naar Keulen teruggekeerd en probeerde vandaaruit toch uitbetaald te krijgen. Het gevolg was onder meer dat men in Keulen bezittingen van Bosschenaren in beslag nam. 's-Hertogenbosch antwoordde door hetzelfde te doen met bezittingen van mensen uit Keulen. Uiteindelijk kwam men in 1532 tot een akkoord, waarbij de stad 's-Hertogenbosch de smid alsnog tweehonderdenvijftig carolusgulden betaalde.
Bij de verdediging van 's-Hertogenbosch heeft het kanon nooit dienst gedaan. De mond van de "Boze Griet" heeft lang in de toren van het stadhuis gehangen, als contragewicht voor het uurwerk. De rest van het kanon lag op de binnenplaats achter het stadhuis. Daar dreigde het in 1677 zelfs ontvoerd te worden!
Toen de stadsmuren aan de zuidzijde van de stad, bij De Bossche Broek, eenmaal gerestaureerd waren, kreeg de "Boze Griet" daar een nieuwe rustplaats. Er is dus geen onschuldiger kanon. Het is jammer, dat ook deze Bossche curiositeit niet ontsnapt is aan de verfkwast of spuitbus.
|
Brabants Dagblad vrijdag 1 juni 1984
Kroniek van 's-Hertogenbosch (1981)
| 1677 |
Enige ruiters proberen het kanon 'De Boze Griet' (liggend achter het stadhuis) naar de haven te brengen en te verschepen. Het stadsbestuur komt erachter. Het blijkt dat het kanon (eigendom van de stad) door de Raad van State is weggeschonken aan Maurits van Nassau. Maurits schrijft een brief aan de stad, waarbij hij zegt niet op de hoogte te zijn van het feit dat de stad de bezitter van het kanon is. Hij verzoekt de stad het hem te schenken. Dat gebeurt niet. Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch |
| 2003 |
Restauratie kanonHet college besluit het kanon 'Stuer Ghewall'(of: 'Boze Griet') te laten restaureren door de Stichting Bouwopleidingen Regio Den Bosch. Dit smeedijzeren kanon uit 1511 wordt na restauratie waarschijnlijk geplaatst in het 'Bastionder' op Bastion Oranje.
B&W Besluitenlijst 1 september 2003
|
C.J. Gudde, 's-Hertogenbosch geschiedenis van vesting en forten (1974) 63, 69
Aart Vos, 's-Hertogenbosch : De geschiedenis van een Brabantse stad 1629-1990 (1997) 411